Openingstijden
| Maandag | Gesloten |
| Dinsdag | 09:30 - 18:00 |
| Woensdag | 09:30 - 18:00 |
| Donderdag | 09:30 - 18:00 |
| Vrijdag | 09:30 - 18:00 |
| Zaterdag | 09:30 - 16:00 |
| Zondag | Gesloten |
9 tips voor een geslaagde lange lenterit
Asfalt droog, zon laag, wind nog koud. Voor veel fietsers het signaal dat het kilometerseizoen begint. De winter zit in de benen, de fiets in de schuur. Wie nu meteen honderd kilometer wil rijden, loopt tegen muren aan die voorkomen hadden kunnen worden. Voorbereiding maakt het verschil.
Lichaam en materiaal opnieuw afstellen
Na maanden van korte ritten of indoor trainen verandert de houding op de fiets. Spieren verkorten, flexibiliteit neemt af. Een bikefit, of op zijn minst een controle van zadelhoogte en stuurpositie, voorkomt knie- en rugklachten op kilometer zestig. Tip één is dus banaal en cruciaal tegelijk: zit goed.
Tip twee betreft het materiaal zelf. Ketting, cassette en remblokken hebben de winter doorstaan met zout en vocht. Een grondige reiniging, smering en controle van de bandenspanning is geen luxe. Voorspelbaarheid is essentieel. Een klapband op een verlaten dijk in april duurt langer dan in juli.
Tip drie gaat over rubber. Wie nog op winterbanden rijdt met dikke profielen kan overstappen naar een lichtere zomerband zoals een Continental Grand Prix 5000 of Schwalbe Pro One. Minder massa. Meer controle. Het verschil voelbaar bij iedere versnelling.
Kleding voor wisselvallige uren
Lente betekent variatie binnen één rit. Vertrek bij acht graden, terugkomst bij zeventien. Tip vier: kies voor laagjes. Een windvest dat opvouwt in een achterzak, armstukken die halverwege uit kunnen, een lichte buff voor de eerste uur. Merino als basislaag werkt beter dan synthetisch wanneer het tempo wisselt.
Tip vijf is de handschoen. Vingers koelen sneller af dan de rest van het lichaam, en koude handen remmen onnauwkeurig. Een dunne lentehandschoen met windstop aan de bovenzijde lost dat op zonder te overhitten.
Voeding, vocht en route
Tip zes klinkt simpel, maar wordt onderschat. Drink eerder dan de dorst zich meldt. Bij koeler weer vergeet het lichaam te signaleren. Eén bidon per uur, met een snufje zout en wat koolhydraten, houdt de motor draaiende. Tip zeven sluit daarop aan: eet voordat de honger toeslaat. Een reep, een banaan, een rijstcake per drie kwartier. Wie pas eet bij een hongerklop, is al te laat.
Tip acht betreft de route. Lentewind komt vaak uit het westen of noordwesten en is sterker dan in zomermaanden. Plan de heenweg tegen de wind in, de terugweg met de wind mee. Tools als Komoot of Strava Routes maken dit zichtbaar voor vertrek. Kies waar mogelijk voor luwe routes langs bos en dijk in plaats van open polders.
Wat in de achterzak hoort
Tip negen, en de meest praktische: pak de tas voor je vertrekt, niet onderweg. Twee binnenbanden, bandenlichters, een minipomp of CO2-patroon, een multitool, een kettingschakel, identificatie en pinpas. Telefoon volgeladen. Eventueel een lichte regenjas wanneer de bui-radar twijfelt.
Een lange lenterit is geen prestatie tegen het lichaam, maar een samenspel van afstemming. Tussen rijder en machine, tussen ambitie en weersverwachting, tussen vertrek en thuiskomst. Wie deze negen punten doorloopt, vertrekt met minder zorgen en komt terug met meer kilometers in de benen.
Het seizoen begint waar de voorbereiding ophoudt.

